
Nederlanders mogen zich gelukkig prijzen dat hij bestaat. En eigenlijk zouden we hem meer moeten aanbidden en verheerlijken, in de wetenschap dat het een ongelooflijk
voorrecht is om hem in je midden te hebben.
Het is immers de hoop van elke natie dat zo iemand binnen de landsgrenzen geboren wordt en zich met zijn kwaliteiten in wil zetten voor ’s lands welvaren.
Iedere democratisch of niet-democratisch gekozen leider droomt er van dat de ooievaar op tijd de landing inzet en een toekomstig fenomeen op zijn grondgebied doet landen.
Maar omdat die kans statistisch gezien niet zo groot is mogen wij gerust bovenmatig blij zijn.
Wij hebben hem. De superintellectueel. Geboren in 1943 in Wageningen.
Een man die alleen al door zijn verschijning andere personen met een hoog IQ volledig doet verbleken. Een alleskunner en allesweter die welbespraakt, met gevoel humor en het
vermogen tot relativeren ons land de weg wijst.
We moeten diep in geschiedenis graven om personen te vinden die zijn kennisniveau ook maar enigszins benaderen. Vergeleken met hem was Darwin een prutser, Einstein een amateur
en zou Pythagoras, als hij nu leefde, slechts zijn veters mogen strikken. Laten we er trots op zijn dat hij zijn ingenieuze denkbeelden en onmetelijke wijsheden regelmatig met ons wil delen.
Hij weet niet alleen veel, dat zou een te simpele kwalificatie zijn. Hij weet veel over alles. Vraag zijn visie op de recente ontwikkelingen in Amerikaanse politiek en je krijgt een
genuanceerd niet populistische betoog waar je nog uren van wakker ligt. Informeer naar de wereldwijde toename van de invloed van de islam en de man legt op een ordentelijke,
niet demagogische manier uit hoe de vork echt in de steel zit.
Of het nu architectuur betreft, beeldende kunst, technologische ruimtevaartontwikkelingen of de staat van de vaderlandse natuurlandschappen, hij weet van de hoed en de rand
en deelt met ons zijn aanbevelingen.
Op een ongeëvenaarde wijze is hij steeds weer in staat om zaken te duiden en te nuanceren.
Maar afgezien van de inhoudelijke aspecten is hij ook als persoon een bijzonder mens.
Wars van goedkope publiciteit en commerciële uitspattingen. Bij tv-optredens en in discussiefora weet hij zich altijd uiterst correct en bescheiden te gedragen. Een echte gentleman.
Hij laat andere uitspreken, formuleert doordacht en zorgvuldig en heeft nimmer de intentie om op een goedkope manier de show te stelen. Heel Nederland ligt aan zijn voeten. En terecht.
Vele politieke partijen streden om zijn gunsten en het was uiteindelijke de Partij van de Arbeid die hem kon verleiden om bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen een bescheiden plaats als
lijstduwer in te nemen.
Het is eigenlijk schandalig dat pas het afgelopen jaar voor het eerst zijn eigen glossy verscheen. Een blad waarin hij zijn bovenmenselijke kwaliteiten benut om zijn
visie aan het grote publiek toe te vertrouwen. Het is op zijn minst merkwaardig dat we tot 2010 hebben moeten wachten op zijn eerste cabaretvoorstelling.
Een metier dat hij zich in korte tijd eigen gemaakt heeft, waar hij volle zalen mee trekt en gearriveerde collegae als van ‘t Hek en de Jonge nog slechts in zijn schaduw laat staan.
Gisteren gaf hij acte de présence bij Pauw en Witteman en het was wederom genieten van superintellectueel Maarten van Rossem. Hij beargumenteerde, relativeerde en discussieerde zoals
altijd op de voor hem zo bekende en alom gewaardeerde bescheiden wijze. Chapeau.
Mocht er daadwerkelijk sprake zijn van een hiernamaals dan zal God te zijner tijd, terwijl hij opspringt van zijn zetel, de heer van Rossem ontvangen met de gastvrije woorden,
“Ga hier maar zitten Maarten, ik ga wel op het krukje”. En Maarten zal antwoorden, “Dank u, ik had niet anders verwacht”.