
Net als de gouden koets de smalle doorgang naar het binnenhof gepasseerd is beginnen de paarden zich onrustig te gedragen. Alle strandoefeningen ten spijt lijkt het ingespannen achttal
behoorlijk nerveus.
Het is anders dan anders. De viervoeters, geroemd om hun stoďcijns gedrag, hebben een meer dan normale hoeveelheid schuim rond de bek en ontwikkelen een snelheid
die een gemiddelde prinsjesdag onwaardig is. Bij het links afslaan wordt abusievelijk een paaltje geramd waardoor de koetsier op de bok geheel onvrijwillig zijn plaats met grote snelheid moet
verlaten en na een korte vlucht pijnlijk tot stilstand komt tegen de geparkeerde dienstfiets van Piet Hein Donner.
“Dat was gewoon een beetje dom”, hoor ik Maxima haar onderdaan toeschreeuwen
vanuit de koets die steeds meer snelheid begint te maken. “Ik grijp de teugels", gilt Trix terwijl ze de deur opent en via de zijkant van de koets de bok probeert te bereiken. Terwijl Alex wit
weggetrokken toekijkt en zijn echtgenote luidkeels Olé, Olé scandeert, trakteert het publiek Trix op een ovationeel applaus als ze uiteindelijk de bok weet te bereiken en heldhaftig
de teugels in handen neemt. De naast de koets wandelende lakeien hebben inmiddels een veilig heenkomen gezocht en dat geeft de paarden de gelegenheid om de snelheid verder op te voeren.
“Leve de koningin”, joelt het opgewonden publiek. Gelukkig voorkomen de hoge dranghekken dat de paarden zelf hun weg kunnen kiezen en vooralsnog rennen ze alleen angstaanjagend snelle rondjes.
Steeds meer verontruste gasten uit de Ridderzaal betreden nieuwsgierig het bordes en schreeuwen de Majesteit hun goed bedoelde adviezen toe. “Links, rechts, links, rechts”, klinkt er uit de kelen
van Halsema en Rutte. “Aantrekken die teugels”, is wat een heftig geëmotioneerde Rouvoet met nauwelijks verstaanbaar piepend stemgeluid te berde brengt.
Niets lijkt de paarden nog te
kunnen stoppen. Alexander Pechtold die alleen ervaring heeft als volksmenner, staat er besluiteloos bij en mompelt half binnensmonds, zonder richting aan te geven, “dit gaat niet goed”.
De Majesteit heeft de grootste moeite om overeind te blijven in de ontstane chaos. “Hou de boel bij elkaar”, wordt er door een halfkalende grijsaard met een bemiddelende polderstem geroepen vanaf
de zijlijn. De verwarring is compleet, maar nog niet op zijn hoogtepunt.
Inmiddels heeft ook de Gala Glas Berline met aan boord Pieter, Margriet, Constantijn en Laurentien het Binnenhof bereikt. In eerste instantie in een normaal tempo, maar als ze de ingang van de
Ridderzaal passeren, waar inmiddels tientallen kamerleden met extreem vormgegeven en agressie opwekkende felgekleurde hoofddeksels opgesteld staan, slaan ook de paarden van deze koets op hol.
De paniek is groot.
De twee koetsen scheuren, met de snelheid van een door Apache indianen achtervolgde postkoets in een spaghettiwestern, over het binnenhof, en de volledige Koninklijke familie hangt kotsend uit de
raampjes. We zien Frits Wester achter een plantenbak wegduiken terwijl hij zijn middelvinger opsteekt naar Ferry Mingele en “Ik heb hem al” roept.
Plotseling klinkt het gebrul van een motor en vanuit het niets verschijnt er een zwarte Toyota Monarchia in beeld. Aan het stuur zit met een verbeten gezicht Dries van Agt, geflankeerd door opper
mastodont Veerman. Op de achterbank herkennen we de gezichten van Doekle Terpstra, Hanja Maij-Weggen en Bert de Vries. In volle vaart lijkt het gevaarte bewust af te denderen op
vertegenwoordigers van de CDA-fractie. Het publiek houdt de adem in. Wendbaar als altijd springt Maxime Verhagen net op tijd opzij, en juist op het moment dat Tjeenk Willink geplet lijkt te worden
tussen de bumper van de Toyota en de voordeur van de Ridderzaal schrik ik wakker.
What a terrible dream!